Verloop van de heupartrose
In een gezond heupgewricht vormt het gewrichtskraakbeen een glad oppervlak, de wrijving tussen de gewrichtsoppervlakken is zodoende gering.
Bij de heupartrose verliest het gewrichtskraakbeen eerst ongemerkt zijn elasticiteit, op de plaatsen met de grootste belasting wordt het ruw en slijt in het verdere verloop helemaal af. Nu wrijven de botvormige gewrichtsoppervlakken tegen elkaar, wat uiteindelijk kan leiden tot een vervorming van heupkop en heupkom.
Pijn en beperking van de bewegingsvrijheid
Wanneer gewrichtsoppervlakken zonder beschermende kraakbeenlaag over elkaar heen schuren, dan voelt de patiënt pijn – eerst alleen bij belasting, in het verdere verloop steeds meer ook in rust, vooral ’s nachts. De pijn treedt met name rond de lies op, maar kan ook uitstralen naar de voorzijde van het dijbeen.
Door de pijn en de daarop volgende spierverkrampingen raakt de beweeglijkheid van het gewricht verstoord: Aangezien het heupgewricht een wezenlijke functie heeft – met name bij alledaagse activiteiten zoals zitten en lopen, ondervinden patiënten steeds meer beperkingen in het dagelijks leven en in hun kwaliteit van leven. Al het aantrekken van sokken en schoenen, traplopen of het opstaan uit bed kunnen tot een belasting worden.