Aan elke ingreep zijn risico’s verbonden – en ook bij de vertebroplastie of kyfoplastie kunnen complicaties optreden. Meestal spreken de voordelen echter voor een operatieve ingreep: patiënten krijgen na stabilisering van de ingezakte wervellichamen met behulp van botcement immers doorgaans een groot stuk kwaliteit van leven terug.
Uitstroom van botcement
Bij het inbrengen van het botcement in het wervellichaam bestaat het risico dat dit uit het wervellichaam wegvloeit en in de omgeving ervan terechtkomt. Daar kan het botcement op het ruggenmerg of op zenuwen gaan drukken en zodoende klachten veroorzaken. Omdat het botcement bij de vertebroplastie dunvloeibaar is, is de kans op wegvloeien hier iets groter dan bij de kyfoplastie, waarbij dikvloeibaar botcement wordt gebruikt.
Aangezien beide ingrepen onder röntgen- of CT-controle plaatsvinden, kan op elk moment worden gecontroleerd of er botcement naar buiten komt. In zo’n geval wordt de ingreep direct afgebroken.
Verwonding van aangrenzende structuren
Zoals bij elke ingreep kunnen ook bij de vertebroplastie of kyfoplastie aangrenzende structuren beschadigd raken. Vooral het ruggenmerg en de ruggenmergzenuwen zijn hierbij van betekenis. Wanneer deze zenuwstructuren beschadigd raken, dan kunnen er verlammingen of gevoelsstoornissen optreden. Daarom zal de chirurg hier bijzonder zorgvuldig te werk gaan.
Nabloeding en bloeduitstorting
Direct na de ingreep kunnen er nabloedingen en bloeduitstortingen in het operatieveld optreden, er kan zich een zogenaamd epiduraal hematoom vormen.
Embolie
Wanneer er botcement uit het wervellichaam naar buiten vloeit en in een aangrenzend bloedvat terechtkomt, dan kunnen kleine deeltjes botcement tot in de longen of de hersenen komen en daar een bloedvat verstoppen, en daarmee een embolie veroorzaken.