Lichamelijk onderzoek – waar doet het pijn?
De arts bekijkt eerst uw wervelkolom, uw bekken en schouders en tast daarbij verschillende spier- en weefselstructuren af. Vervolgens doet hij een aantal bewegingstests, om zich een beeld te verschaffen van de beweeglijkheid van de wervelkolom. Hij controleert of verschillende bewegingen in de wervelkolom pijnlijk zijn, zoals buigen en strekken. Daarnaast voert hij een kort neurologisch onderzoek uit, waarbij hij de beweeglijkheid van en het gevoel in armen en benen en de reflexen test.
Röntgen, kernspin, CT – uw wervelkolom in beeld
Op de röntgenfoto kan uw arts vaak al een wervellichaambreuk herkennen. In sommige gevallen kunnen aanvullende onderzoeken nodig zijn: een kernspintomografie of NMR, een computertomografie, ook wel CT genoemd, of een scintigrafie. Deze procédés zijn bedoeld om de wervellichaambreuk beter in beeld te brengen en vooral om de ouderdom ervan te bepalen. Immers: hoe eerder na de wervellichaambreuk de ingreep plaatsvindt, des te beter zijn de resultaten.
Voorlichtingsgesprek – gelegenheid voor al uw vragen
Meestal zal de chirurg op de dag voor de ingreep een voorlichtingsgesprek met u voeren. Tijdens dit gesprek legt hij u de operatiemethode uit en beantwoordt hij al uw vragen. Met uw handtekening onder de akkoordverklaring geeft u vervolgens toestemming voor de ingreep. Ook de anesthesist zal op de dag voor de ingreep een gesprek met u voeren, om het met u te hebben over eventuele risico’s voor de narcose, voor zover er een volledige narcose is gepland. Hij zal ook een paar kleine onderzoeken uitvoeren; daarbij zal zijn interesse vooral uitgaan naar de functie van hart en longen en naar mogelijke allergieën.