Seite drucken

Wat gebeurt er voor de ingreep?

Patiëntinterview – uw persoonlijke voorgeschiedenis

Tijdens het gesprek met de arts informeert deze eerst naar details met betrekking tot uw klachten:
hij wil graag weten waar het pijn doet en waar naartoe de pijn uitstraalt. Ook informeert hij ernaar, hoe sterk de pijn is, hoe lang hij al duurt en naar invloedsfactoren, die de klachten verergeren of juist verzachten.
Vraag: Welke vragen gaat de arts mij nog meer stellen?
• Heeft u al eens eerder een aandoening aan de wervelkolom gehad of zijn er andere botklachten in uw familie?
• Bent u allergisch, met name voor antibiotica?
• Zijn er bij u aandoeningen aan het stofwisselingssysteem, het hart of de longen bekend?
• Neemt u regelmatig medicijnen in, en zo ja, welke?
• Bent u al eens geopereerd?
Tip: Idealiter heeft u van tevoren al nagedacht over eerdere aandoeningen en operaties – en kunt u de arts desgevraagd een lijst met belangrijke gegevens over uw ziektegeschiedenis overhandigen.
Ook een lijst met medicijnen, waarop staat aangegeven wanneer u welke medicijnen in welke dosering inneemt, is van groot belang. Sommige medicijnen mag u voor een operatieve ingreep niet meer innemen of moeten door andere worden vervangen. Hiertoe behoren een aantal bloedverdunnende preparaten, pijnstillers, diabetespreparaten en verschillende plantaardige medicamenten. Laat u zich tijdig van tevoren adviseren door uw huisarts!

Lichamelijk onderzoek – waar doet het pijn?

De arts bekijkt eerst uw wervelkolom, uw bekken en schouders en tast daarbij verschillende spier- en weefselstructuren af. Vervolgens doet hij een aantal bewegingstests, om zich een beeld te verschaffen van de beweeglijkheid van de wervelkolom. Hij controleert of verschillende bewegingen in de wervelkolom pijnlijk zijn, zoals buigen en strekken. Daarnaast voert hij een kort neurologisch onderzoek uit, waarbij hij de beweeglijkheid van en het gevoel in armen en benen en de reflexen test.

Röntgen, kernspin, CT – uw wervelkolom in beeld

Op de röntgenfoto kan uw arts vaak al een wervellichaambreuk herkennen. In sommige gevallen kunnen aanvullende onderzoeken nodig zijn: een kernspintomografie of NMR, een computertomografie, ook wel CT genoemd, of een scintigrafie. Deze procédés zijn bedoeld om de wervellichaambreuk beter in beeld te brengen en vooral om de ouderdom ervan te bepalen. Immers: hoe eerder na de wervellichaambreuk de ingreep plaatsvindt, des te beter zijn de resultaten.

Voorlichtingsgesprek – gelegenheid voor al uw vragen

Meestal zal de chirurg op de dag voor de ingreep een voorlichtingsgesprek met u voeren. Tijdens dit gesprek legt hij u de operatiemethode uit en beantwoordt hij al uw vragen. Met uw handtekening onder de akkoordverklaring geeft u vervolgens toestemming voor de ingreep. Ook de anesthesist zal op de dag voor de ingreep een gesprek met u voeren, om het met u te hebben over eventuele risico’s voor de narcose, voor zover er een volledige narcose is gepland. Hij zal ook een paar kleine onderzoeken uitvoeren; daarbij zal zijn interesse vooral uitgaan naar de functie van hart en longen en naar mogelijke allergieën.
Vraag: Wat moet ik de arts in ieder geval mededelen?
In de meeste gevallen zal de chirurg u op de dag voor de operatie vragen, hoe u zich op dat moment voelt. Aarzel niet om ook zonder dat hij hiernaar vraagt, hem klachten mee te delen die voor u misschien een kleinigheid lijken, zoals een verkoudheid of een huidinfectie. Want van deze eigenlijk onschuldige aandoeningen dient u vóór een operatieve ingreep in ieder geval helemaal genezen te zijn!